Ophokplicht door vogelgriep

Sinds maandag 15 november 2021 geldt er wegens de vogelgriep een ophokplicht voor pluimvee van professionele houders als voor hobbyhouders. Deze plicht geldt niet voor loopvogels, roofvogels, sportduiven en andere sier- en zangvogels.

Het ophokken of afschermen van vogels betekent dat de dieren hetzij opgesloten worden in hun hok of stal, hetzij nog steeds buiten gehouden of gelaten kunnen worden, maar dan enkel op een terrein of een deel van een terrein dat volledig – zowel langs de zijkanten als langs boven – met gaas of met netten is afgesloten. De mazen van het gaas of het net mogen maximaal een diameter van 10 cm hebben, zodat wilde vogels ter grootte van een eend er niet doorheen kunnen. Een ondoordringbare dakbedekking is niet verplicht, maar wordt toch aangeraden. Er mag geen oppervlaktewater of water dat toegankelijk is voor wilde vogels als drinkwater gegeven worden.

De wettelijke basis voor het ophokken is art. 3/5 van het KB van 5 mei 2008 betreffende de bestrijding van aviaire influenza.

Overtredingen van dit KB worden gesanctioneerd op basis van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. Volgens art. 20 van deze wet zijn ook de leden van de lokale politie bevoegd.

Op basis van art. 21 van de wet kunnen deze personen in geval van overtreding de dieren in beslag nemen. Dit artikel stelt verder dat indien deze dieren een besmettingsgevaar inhouden, zij deze onverwijld kunnen laten afslachten of afmaken.