Op reis met de caravan
![]() |
De vakantieperiode staat weer voor de deur. Dit is ook de periode bij uitstek waarin veel mensen er met de caravan op uit trekken.
Met de caravan op reis gaan, kan heel leuk zijn maar het kan ook slecht aflopen als je niet goed geïnformeerd bent. Elk jaar opnieuw raken mensen die met de caravan op reis gaan, betrokken in een ongeval doordat ze overbeladen zijn of te snel rijden. Hier een aantal tips om ervoor te zorgen dat je zelf niet in de problemen komt.
Eerst en vooral moet je met een caravan de wegcode respecteren maar het rijden met zo'n caravan vergt ook een aangepaste rijstijl. Bovendien heeft de verdeling van je lading een invloed op de stabiliteit van het voertuig.
Over welk rijbewijs moet je beschikken?
Om dit te bepalen is natuurlijk de maximale toegelaten massa (MTM) van de combinatie(trekkende auto + caravan) van belang.
Heeft de combinatie een MTM van ≤ 3500 kg, dan volstaat een rijbewijs van de categorie B. Hierbij geldt wel de beperking dat de MTM van de caravan niet meer dan 750 kg mag zijn.
Is de MTM van de caravan wel hoger dan 750 kg , maar de MTM van de combinatie is ≤ 3500 kg en de MTM van de caravan is niet hoger dan de ledige massa van het trekkende auto, dan volstaat eveneens een rijbewijs van de categorie B. Is dit echter niet het geval, dan is een rijbewijs van de categorie B+E vereist.
Als het trekkend voertuig een MTM van > 3 500 kg maar ≤ 7 500 kg heeft, dan is een rijbewijs C1 of C1+E voldoende zolang de combinatie niet meer dan 12 000 kg weegt. Uiteraard is dit ook toegelaten met een rijbewijs C of C+E.
Weegt het trekkend voertuig meer dan 7 500 kg of de combinatie meer dan 12 000 kg, dan is uiteraard een rijbewijs van de categorie C of C+E vereist.
Hoe snel mag je rijden met een caravan?
In België gelden geen bijkomende snelheidsbeperkingen voor combinaties met een MTM van ≤ 3500 kg. Hoewel je met een caravan dus in principe 120 km/u mag rijden op de autosnelwegen, is het aangeraden hiermee niet sneller dan 90 km/u te rijden. Ga je naar het buitenland, dan ga je best eens na of er andere snelheidsbeperkingen gelden in de landen waar je doorheen rijdt.
Voor combinaties van > 3500 kg geldt evenwel een snelheidsbeperking van 90 km/u en op mag je bovendien op autosnelwegen met drie of meer rijstroken per rijrichting enkel de twee rechts gelegen rijstroken volgen.
Moet een caravan ingeschreven zijn?
Een caravan met een MTM van ≤ 750 kg moet niet worden ingeschreven en moet ook niet naar de technische keuring. Wel moet je een reproductie van de kentekenplaat van het trekkend voertuig achteraan de caravan bevestigen en moet het voertuig conform de eisen van het KB van 15 maart 1968 zijn. Bovendien moet het voertuig voorzien zijn van een chassisnummer en een identificatieplaatje waarop de MTM van de caravan vermeld staat.
Een caravan met een MTM van meer dan 750 kg moet wel ingeschreven worden en moet dus voorzien zijn van een eigen nummerplaat. Voor meer informatie over de documenten die vereist zijn om dit voertuig te kunnen inschrijven, kan je terecht op www.mobilit.fgov.be/data/div/icarean.pdf
Tips voor het laden van de caravan
Zorg dat je lading links en rechts en voor en achter gelijkmatig verdeeld is zodat je dezelfde wieldruk op de twee banden behoudt en plaats de zware zaken zoveel mogelijk laag bij de as. Respecteer het maximale gewicht van de caravan dat je terugvindt op het kentekenbewijs. Zorg er ook voor dat er genoeg spanning op je banden zit. Bij zachte banden verhoogt immers de kans op een klapband of slingeren. De juiste bandenspanning voor de caravan vind je terug in het instructieboekje. Het gebruik van een stabilisatorkoppeling of een remhulpsysteem om het slingeren tegen te gaan is zeker ook geen overbodige luxe. Om te controleren of je caravan niet overladen is kan je best eens op voorhand met je beladen caravan naar een weegbrug gaan want rijden met een overbeladen caravan is gevaarlijk en bovendien strafbaar.
Welke auto's zijn geschikt om een caravan te trekken?
Dit is in de eerste plaats afhankelijk van het gewicht van de caravan: een zware caravan vereist immers ook een zwaardere trekauto. De trekauto moet immers over voldoende eigen gewicht beschikken om de caravan de baas te kunnen blijven. Op het gelijkvormigheidsattest of het Proces-Verbaal van Goedkeuring van het trekkend voertuig vind je terug hoeveel gewicht je auto mag trekken. Mocht je nog twijfelen, vraag het dan best eens na bij je handelaar of de lokale politie. Algemeen gesteld kunnen we zeggen dat het gewicht van de beladen caravan maximum 75 % van het gewicht van de beladen wagen mag zijn. Mocht je nog twijfelen, vraag het dan best eens na bij je handelaar of de lokale politie.
Blauwe borden zonder opschrift langs de autosnelwegen
Je hebt ze vast wel al opgemerkt: de blauwe borden zonder opschrift langs onze snelwegen. Misschien heeft u zich ook wel al afgevraagd wat deze borden te betekenen hebben.
Deze borden staan er om de 'calamiteitenroutes', in geval van ernstige verkeershinder op de autosnelweg, snel te kunnen activeren. Calamiteitenroutes zijn een soort van omleidingswegen die, indien een bepaald stuk van de autosnelweg dient te worden afgesloten, een alternatieve route bieden aan de bestuurders.
De blauwe borden zijn eigenlijk gewone afdekpanelen die in geval van nood worden afgenomen. Onder dit afdekpaneel zit namelijk een orangjegeel startbord dat verduidelijkt welke route je dient te volgen om je bestemming te bereiken. Op de omleidingsweg zelf dien je dan verder de letter te volgen die op het startbord vermeld staat bij de gewenste bestemming. Enkel het startbord wordt afgedekt wanneer er geen hinder is, de kleine bordjes met een letter blijven permanent zichtbaar en worden dus niet afgedekt als de autosnelweg vrij is. Wanneer zich een probleem voordoet op de snelweg, dient dus enkel het blauwe afdekpaneel te worden afgenomen om het startbord zichtbaar te maken en op die manier dus de volledige route te activeren.
Retro-reflecterend veiligheidsvest in de wagen
Door de toevoeging van een artikel 70bis in het KB van 15 maart 1968 moet sinds 1 juni 2009 in elke wagen met een Belgische kentekenplaat een retro-reflecterend vest aanwezig zijn.
Dankzij deze toevoeging kunnen bevoegde personen nu ook bij een wegcontrole vragen naar de aanwezigheid van dit retro-reflecterend hesje. Net zoals de gevarendriehoek, de verbandkist en het brandblusapparaat is dit vestje nu een verplicht onderdeel van de voertuiguitrusting.
De regel die reeds op 1 februari 2007 van kracht ging, namelijk dat alle bestuurders die hun voertuig op een autosnelweg of autoweg in België verlaten,verplicht zijn een reflecterend veiligheidsvestje te dragen, blijft behouden.
In groep op uitstap met de fiets of te voet, geldt de wegcode dan ook?
|
Met de zomer voor de deur, plannen veel verenigingen, scholen, vrienden, ... een uitstap. Te voet of met de fiets zijn gezonde en goedkope manieren om er in groep eens op uit te trekken. Maar ook in groep moet je je als voetganger of fietser aan de wegcode houden. De wegcode bevat echter wel een aantal wetten die specifiek op groepen van toepassing zijn. We verduidelijken dit even.
Stoeten, processies en voetgangers in groep met een leider mogen op de rijbaan stappen, zij moeten dan rechts in hun rijrichting stappen.
Groepen van minimum vijf personen, met een leider, mogen ook de linkerkant van de rijbaan volgen indien zij achter elkaar stappen.
Verlichting
Tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag of bij slechte zichtbaarheid overdag (als het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van 200 meter) moet de groep ook verlichting voorzien. Groepen die rechts lopen, dienen vooraan links een wit of geel licht te dragen en achteraan links een rood licht. Voor groepen die links lopen, is dit net omgekeerd en dient het rode licht rechts vooraan gedragen te worden en het wit of geel licht achteraan rechts. Naargelang de lengte van de groep dienen op de flanken één of meerdere witte of gele lichten gedragen worden die in alle richtingen zichtbaar zijn.
Verkeersregels
Verder moeten groepen voetgangers met of zonder leider zich aan dezelfde regels houden als individuele voetgangers. Andere weggebruikers mogen echter niet door een stoet, een processie of een groep voetgangers breken dus mogen groepen voetgangers, processies en stoeten in één keer de rijbaan oversteken wanneer zij op reglementaire wijze met oversteken aanvangen. Wanneer zij echter oversteken bij verkeerslichten dienen evenwel deze verkeerslichten gerespecteerd te worden. Wanneer groepen voetgangers zich laten begeleiden door een leider dan kan deze het verkeer stilleggen op kruispunten zonder verkeerslichten wanneer deze hierbij gebruik maakt van een schijf met de afbeelding van het verkeersbord C3.
En een groep fietsers?
In de wegcode worden fietsers pas als een groep beschouwd vanaf 15 personen. Dit betekent dat een groep fietsers van minder dan 15 personen , zich aan alle regels van de wegcode moet houden en geen gebruik kan maken van de regels die voorzien zijn voor groepen fietsers.
Verder wordt er in de wegcode nog een onderscheid gemaakt tussen groepen van 15 tot 50 fietsers en groepen van 50 tot 150 fietsers. Groepen van 15 tot 50 personen mogen zich laten begeleiden door tenminste 2 wegkapiteins en mogen begeleid worden door 1 of 2 voertuigen. Als de groep begeleid wordt door slechts één voertuig, dan dient dit voertuig de groep te volgen. Groepen van 51 tot 150 personen moeten begeleid worden door 2 wegkapiteins en moeten 2 begeleidende voertuigen voorzien. Ben je met een groep van meer dan 150 personen, dan is het beter van je op te splitsen in groepen van maximum 150 personen.
Zowel een groep van 15 tot 50 personen als groepen van 51 tot 150 personen zijn niet verplicht de fietspaden te volgen en mogen met 2 naast elkaar op de rijbaan rijden. Een voorwaarde hiervoor is wel dat zij gegroepeerd blijven. Op rijbanen die in rijstroken verdeeld zijn, mogen zij echter enkel de rechterrijstrook innemen. Op rijbanen die niet in rijstroken verdeeld zijn, mag men niet meer dan de helft van de rijbaan innemen.
De wegkapiteins die een groep begeleiden moeten minstens 21 jaar oud zijn, en moeten om de linkerarm een band dragen met de nationale driekleur en het woord wegkapitein. Zij waken over het goede verloop van de tocht en mogen op kruispunten zonder verkeerslichten het verkeer stilleggen om de groep te laten oversteken. Hiervoor moeten zij gebruik maken van een schijf met de afbeelding van het verkeersbord C3. De begeleidende voertuigen moeten de groep volgen of voorafgaan op 30 meter van de groep en moeten op het dak een blauw bord voeren met hierop het verkeersbord A51 en eronder in het wit het symbool van een fiets. Het bord van het voorafgaand voertuig moet goed zichtbaar zijn voor het tegemoetkomend verkeer, het bord op het achteropkomend voertuig moet uiteraard goed zichtbaar zijn voor het achteropkomend verkeer.
Inhaalverbod voor voertuigen met MTM +3.5 ton
Vanaf 1 januari 2008 wordt een bijkomend inhaalverbod van kracht voor voertuigen en slepen met een maximale toegelaten massa van meer dan 3,5 ton.
Dit inhaalverbod geldt op wegen buiten de bebouwde kom met 2 rijstroken in de gevolgde richting en is enkel van toepassing op voertuigen die bestemd zijn voor het vervoer van zaken. Het verbod geldt dus niet voor autobussen en autocars. Het verbod geldt ook niet bij het inhalen van voertuigen die zich op een rijstrook voor traag verkeer bevinden en voor landbouwvoertuigen.
Het inhaalverbod is ook niet van toepassing wanneer er borden staan die het inhalen door vrachtwagenbestuurders toelaten.
Quad
|
Vandaag de dag zie je regelmatig een quad opduiken in het verkeer. Aangezien de wetgeving ten aanzien van deze voertuigen heel complex is, doen we ze hier nog eens uit de doeken.
De quad is niet terug te vinden als een aparte categorie in de wegcode en wordt ook niet gelijkgesteld met één bepaalde categorie van voertuigen. Afhankelijk van een aantal technische kenmerken onderscheiden we immers 3 types: vierwielige bromfietsen klasse B, gemotoriseerde vierwielers en voertuigen voor traag verkeer, namelijk landbouw-en tuinbouwtractoren
De definities
Vierwielige bromfiets klasse B: elk gemotoriseerd voertuig met 4 wielen, met een maximum cilinderinhoud van 50 cm3 of een netto maximumvermogen van 4 kW. Dit voertuig mag niet sneller kunnen rijden dan 45 km/u en de lege massa mag niet meer dan 350 kg bedragen ( de batterijen voor elektrische voertuigen niet inbegrepen).
Gemotoriseerde vierwieler: elk gemotoriseerd voertuig met 4 wielen, dat niet als vierwielige bromfiets klasse B wordt beschouwd, met een netto maximumvermogen van 15 kW. Het voertuig mag in lege toestand niet meer wegen dan 400 kg of 550 kg voor voertuigen gebruikt voor goederenvervoer ( de batterijen niet inbegrepen voor elektrische voertuigen).
Voertuigen voor traag vervoer (landbouw- en bosbouwtractoren): elke auto die een nominale maximumsnelheid van maximum 40 km/u kan bereiken; elke landbouw- of bosbouwtrekker, elk motorvoertuig dat voornamelijk bestemd is voor tractiedoeleinden en in het bijzonder ontworpen voor het trekken, duwen, dragen, of in beweging brengen van bepaalde werktuigen, machines of aanhangwagens die voor gebruik in de land- of bosbouw zijn bestemd. De trekker kan voor het vervoer van een lading en van bijzitters zijn ingericht. Ook aanhangwagens die enkel door deze voertuigen voor traag verkeer getrokken worden, behoren hiertoe.
Klik hier om de verkeersregels ten aanzien van de bestuurders van deze voertuigen te raadplegen.
Wijzigingen met betrekking tot het rijbewijs
- algemeen
Sinds 1 september 2007 wordt een nieuw model van het rijbewijs gebruikt en wordt het voor meer mensen mogelijk een Belgisch rijbewijs te bekomen. Het nieuw model is het gevolg van de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie.
De nieuwe categorie van mensen die over een Belgisch rijbewijs kunnen beschikken zijn mensen die de Belgische nationaliteit hebben die kunnen aantonen dat ze zich hebben ingeschreven voor een opleiding in een Belgische onderwijsinstelling voor een periode van minstens 6 maanden, die zijn ingeschreven in het bevolkingsregister van een Belgische consulaire post en beschikken over een geldige consulaire identiteitskaart. De gemeente waar de betreffende onderwijsinstelling gevestigd is, zal dit rijbewijs afleveren.
Deze mensen zullen ook een duplicaat van dit rijbewijs kunnen aanvragen en een internationaal rijbewijs kunnen vragen.
- rijbewijs G
De wetgeving betreffende het besturen van voertuigen van de categorie G die van kracht werd op 15 september 2006; wordt wat versoepeld.
Sinds 15 september 2006 moesten kandidaten voor het rijbewijs G een praktische opleiding van 8 uur volgen, voor deze het praktisch examen konden afleggen. De kandidaat moest dan ook een getuigschrift van deze opleiding kunnen voorleggen op het praktisch examen.
Vanaf 1 september 2007 kan men dit examen ook afleggen zonder eerst een praktische opleiding te volgen en dient men dan ook niet meer over dit getuigschrift te beschikken. Wie echter zonder een erkende rijschool, een centrum voor landbouwvorming of een landbouwschool wenst te oefenen, kan dit enkel doen op private terreinenen niet op de openbare weg.
Wie zich aanbiedt voor het praktisch examen dient vergezeld te zijn van zijn instructeur of iemand anders die gemachtigd is om een voertuig van deze categorie te besturen. Bovendien kan men dit rijbewijs afleggen met om het even welk voertuig van deze categorie, op voorwaarde dat dit voertuig voorzien is van het teken L op een duidelijk zichtbare plaats op de achterzijde van het voertuig.
Een andere wijziging betreft de houders van een rijbewijs van de categorie B en B+E. Deze personen mogen opnieuw een voertuig van de categorie G besturen met dezelfde maximale toegelaten massa en dienen voor deze voertuigen niet langer over een rijbewijs G te beschikken.
Ook de regels voor het terugkrijgen van het rijbewijs G na herstelexamens worden versoepeld.
Strengere straffen voor beginnende automobilisten
Vanaf 1 september zullen beginnende chauffeurs, die minder dan 2 jaar in het bezit zijn van hun rijbewijs B, strengere straffen krijgen voor bepaalde overtredingen dan bestuurders die dezelfde overtredingen begaan maar reeds langer over een rijbewijs beschikken.
De wet heeft betrekking op overtredingen betreffende het rijbewijs, alcohol- en druggebruik in het verkeer, de aanwezigheid van radardetectoren en het veroorzaken van verkeersongevallen. Klik hier om te zien op welke overtredingen deze nieuwe wet van toepassing is. Ook alle overtredingen van de derde of vierde graad en bepaalde snelheidsovertredingen zullen in de toekomst strenger bestraft worden voor deze bestuurders. De straf voor andere overtredingen zal zwaarder zijn wanneer de bestuurder vier maal binnen het jaar voor dezelfde overtreding wordt veroordeeld. De strengere bestraffing houdt in dat de rechter bij deze overtredingen het verval van het recht tot sturen moet uitspreken waarbij het herstel minstens afhankelijk zal zijn van het opnieuw slagen voor het theoretisch of praktisch rijexamen.
De wet heeft betrekking op overtredingen begaan met een motorvoertuig, maar dit dient geen voertuig van de categorie waarop het rijbewijs van toepassing is, te zijn. Dit betekent dat ook bestuurders van een bromfiets of een gemotoriseerd voortbewegingstoestel, voortaan voor de genoemde overtredingen zullen vervallen verklaard worden van het recht tot sturen.
Vrijstelling draagplicht gordel voor postbodesSinds 27 juni 2007 werd de vrijstelling van de draagplicht van de gordel voor postbodes, die op 1 september 2007 werd opgeheven, opnieuw van kracht. Door deze wijziging is het opnieuw toegestaan dat postbodes, voor het ophalen en bedelen van post op plaatsen die niet ver van elkaar gelegen zijn, geen gebruik maken van de veiligheidsgordel. Het gewijzigde artikel (35.2.1 5°) kan je hier bekijken. |
|
Voortbewegingstoestellen en rijwielen
Vanaf 15 maart wordt een nieuwe categorie van voertuigen ingevoerd in de wegcode: de voortbewegingstoestellen. Bovendien wordt de definitie van een rijwiel zo aangepast dat voortaan ook fietsen, die worden voortbewogen d.m.v. handgrepen, tot deze categorie behoren.
De categorie van voortbewegingstoestellen omvat verschillende gemotoriseerde en niet-gemotoriseerde toestellen waarvoor geen specifieke reglementering in de wegcode voorzien was. Naargelang de gevoerde snelheid van het toestel, worden de gebruikers van deze toestellen gelijkgesteld met voetgangers (als het toestel niet sneller dan stapvoets vooruit gaat) of fietsers (als het voertuig wel sneller dan stapvoets vooruit gaat). De gebruikers ervan dienen dan ook de regels te volgen die gelden voor de categorie waarmee ze worden gelijkgesteld. De andere weggebruikers moeten dezelfde regels t.a.v. deze weggebruikers hanteren als de regels die gelden t.o.v. respectievelijk voetgangers en fietsers. De pocketbikes of minimotoren blijven verboden op de openbare weg.
Meer hierover vind je hier.
Herziening voorrangsregels, snelheidszones en verval van recht tot sturen
- Voorrang van rechts
Op 1 maart worden ook een aantal wijzigingen in de voorrangsregels van kracht. Voortaan blijven bestuurders die voorrang van rechts hebben, die voorrang ook behouden na eerst gestopt te hebben.
Wel is het zo dat bestuurders die uit een verboden rijrichting komen, geen voorrang genieten. Opgepast, fietsers en bromfietsers die uit een straat met beperkt éénrichtingsverkeer komen (aangegeven door een onderbord) behouden dus wel hun voorrang.
Een bestuurder die aan een kruispunt over het voetpad of een fietspad moet rijden, verleent voorrang aan de weggebruikers voor wie deze zijn voorbehouden maar behoudt zijn voorrang van rechts op de andere automobilisten.
Deze autobestuurder moet voorrang geven aan de fietsers op het fietspad, maar behoudt zijn voorrang op de automobilisten die van links komen.
- Snelheidszones
Het wordt bovendien ook mogelijk voor wegbeheerders om, naast de reeds bestaande zones 30, andere snelheidszones in te richten waardoor het niet meer nodig zal zijn het bord na iedere kruising met een andere straat, opnieuw te plaatsen. De borden die deze zones aanduiden zijn dezelfde als deze die reeds gebruikt worden voor de zone 30, het gaat dus om rechthoekige witte borden met een rode cirkel waarop vermeld staat in welke snelheidszone men zich bevindt. Ook het gebruik van kleinere borden, die de bestuurders aan de toegelaten snelheid herinneren, wordt voortaan toegestaan.
- verval van recht tot sturen
Wanneer een bestuurder vervallen verklaard wordt van het recht tot sturen voor bepaalde categorieën van voertuigen of voor een bepaald deel van de week, kan deze bij de bevoegde overheid een rijbewijs afhalen dat enkel geldig is voor de (sub)categorieën waarop het verval niet van toepassing is of dat ingevolge van het verval van het recht tot sturen enkel geldig is buiten de weekends en feestdagen. Na de periode van het verval is het oorspronkelijke rijbewijs opnieuw geldig en kan men dit opnieuw afhalen.
Wijzigingen voor bestuurders van brom- en motorfietsen
Vanaf 1 maart treden een aantal wijzigingen op die betrekking hebben op bestuurders van brom- en motorfietsen, we zetten ze hier even op een rijtje:
- Een eerste wijziging betreft de plaats op de openbare weg van bestuurders van bromfietsen klasse B. De factor 'binnen of buiten bebouwde kom' wordt immers vervangen door de factor 'maximale toegelaten snelheid'. Op wegen met een maximale toegelaten snelheid van 50 km/u mogen zij kiezen op ze het fietspad of de rijbaan volgen. Op wegen met een maximale toegelaten snelheid van meer dan 50 km/u zijn zij verplicht het fietspad te volgen wanneer dit aanwezig en bruikbaar is. Wanneer het fietspad dus te smal of in slechte staat is, mogen zij wel nog steeds de rijbaan volgen. Indien het fietspad gesignaleerd wordt d.m.v. een bord dat aangevuld wordt met een onderbord, dienen uiteraard de aanwijzingen van het onderbord gevolgd te worden.
- De afwijking die bestuurders van motorfietsen toelaat de ganse breedte van de rijstrook te gebruiken, wordt verruimd. Tot 1 maart was dit slechts toegelaten op rijbanen die niet verdeeld zijn in rijstroken. Voortaan mogen zij echter op alle rijbanen de ganse breedte van hun rijstrook te gebruiken.
- Personen die tenminste 2 jaar in het bezit zijn van een rijbewijs B, mogen ook motorfietsen met een maximale cilinderinhoud van 125 cm3 en een maximaal vermogen van 11kW besturen.
- Parkeren: motorfietsen mogen voortaan haaks op de rijbaan geparkeerd worden voor zover men binnen de parkeermarkeringen blijft. Wanneer twee motorfietsen worden opgesteld in één betalend parkeervak, dan dient hiervoor slechts 1 maal betaald te worden. Voortaan mogen zij ook hun voertuig parkeren op plaatsen aangeduid door het verkeersbord E9b en een nieuw bord wordt ingevoerd voor parkeerplaatsen die uitsluitend bedoeld zijn voor het parkeren van motorfietsen (E9i). Wanneer het voertuig achtergelaten wordt buiten de rijbaan en de parkeerzones, dient men ervoor te zorgen dat het andere verkeer hier niet door gehinderd of onveilig gemaakt wordt.
- Inhaalverbod: het verbod om links in te halen dat reeds geldt ten aanzien van een gespan of een voertuig met meer dan twee wielen, wordt uitgebreid naar motorfietsen. Om te weten in welke situaties een inhaalverbod van toepassing is, klik hier.
Snelheidsbeperking en inhaalverbod ten aanzien van zwaar vervoer
![]() |
Vanaf 1 februari 20007 geldt een nieuwe snelheidsbeperking voor voertuigen en slepen waarvan de maximale toegelaten massa (MTM) meer bedraagt dan 3,5 ton. Deze voertuigen mogen maximum 90km/u rijden op autosnelwegen en wegen verdeeld in vier of meer rijstroken waarvan er tenminste 2 bestemd zijn voor elke rijrichting en waarbij de rijrichtingen op een andere manier dan door wegmarkeringen van elkaar gescheiden zijn.
Bovendien mogen zij op autosnelwegen met drie of meer rijstroken voor de gevolgde richting enkel nog op de twee rechtse rijstroken rijden, behalve om de aanwijzingen van de verkeersborden op te volgen.
Het inhaalverbod op autosnelwegen en wegen met tenminste vier rijstroken bij regen, dat geldt voor voertuigen en slepen met een MTM van meer dan 7,5 ton, wordt uitgebreid tot een inhaalverbod op de betreffende wegen bij elke vorm van neerslag.
Doelgroep bewonerskaarten verruimt door het gebruik van parkeerkaarten
Vanaf 1 februari 2007wordt het begrip 'bewonerskaart' verruimd tot 'parkeerkaart'. Hierdoor wordt het mogelijk voor gemeenten om deze kaart niet langer enkel uit te reiken aan bewoners, maar aan gelijk welke doelgroep. Door het gebruik van deze kaart wordt de houder vrijgesteld van het betalend parkeren of het gebruik van de parkeerschijf.
Het zijn de gemeenten zelf die beslissen aan welke doelgroepen zij deze kaarten toekennen en of zij hiervoor samenwerken met andere gemeenten en elkaars kaarten erkennen.
Reflecterend fluoveiligheidsvestje verplicht vanaf 1 februari 2007
![]() |
Vanaf 1 februari 2007 zijn alle bestuurders die hun voertuig op een autosnelweg of autoweg in België verlaten,verplicht een reflecterend fluoveiligheidsvestje te dragen. Deze regel geldt enkel voor de bestuurder van het voertuig en geldt niet voor de passagiers in het voertuig. We raden passagiers dan ook aan het voertuig te verlaten en zichtzelf in veiligheid te brengen door bijvoorbeeld achter de vangrails plaats te nemen .
Het vestje wordt niet opgenomen als een verplicht onderdeel van de voertuiguitrusting maar om aan de nieuwe regelgeving gevolg te kunnen geven, wordt wel verondersteld dat iedereen dit in zijn wagen zal moeten hebben. Verder wordt in België geen norm opgelegd waaraan het veiligheidsvestje moet voldoen, in een aantal andere Europese landen is dit echter wel het geval en is een veiligheidsvestje van het type EN 471 verplicht.
Wijzigingen praktisch rijexamen categorie B
Vanaf 1 december 2006 worden een aantal nieuwe richtlijnen van kracht die betrekking hebben op het praktisch rijexamen voor bestuurders van voertuigen van de categorie B. Dit examen kan worden afgelegd door personen die minstens 18 jaar oud zijn en minimum 3 maanden in het bezit zijn van een nog geldig voorlopig rijbewijs voor de betreffende categorie.
De manoeuvres die vroeger steeds op een privéterrein werden uitgevoerd, zullen vanaf 1 december 2006 worden geïntegreerd in het examen op de openbare weg. Dit examen zal minstens 40 minuten duren. Het keren in een smalle straat, het parkeren achter een voertuig en de voorafgaande controles m. b. t. het verstellen van de zitplaats, het afstellen van de spiegels, de lichten, ... worden voortaan dus op de openbare weg uitgevoerd. Het in rechte lijn achteruit rijden behoort niet meer tot het examen. Wie tweemaal na elkaar niet slaagt voor het praktisch examen, dient eerst zes uur rijles te volgen in een erkende rijschool om opnieuw dit examen te mogen afleggen.
Deze wijzigingen hebben betrekking op alle bestuurders die het praktisch rijexamen of een deel van dit examen wensen af te leggen, dit betekent dat ook de kandidaten die reeds geslaagd waren voor de proef op het privéterrein maar niet voor het gedeelte op de openbare weg, het volledige examen dienen af te leggen.
Meer informatie omtrent deze wijzigingen, is te raadplegen via deze link.
Tweedehandskeuring
Vanaf 15 november 2006 treedt een bijkomende wet in werking die mensen die zich een tweedehandsvoertuig wensen aan te schaffen, meer zekerheid biedt.
De wet is van toepassing op volgende voertuigen:
-
personenauto's
-
auto's voor dubbel gebruik
-
minibussen
-
kampeervoertuigen
-
trekkers met een max. massa kleiner dan of gelijk aan 3500 kg
-
lichte vrachtauto's met een max. massa kleiner dan of gelijk aan 3500 kg
-
een lijkauto
Voortaan moeten deze wagens immers, naast de gewone keuring, nog een extra keuring ondergaan. Deze 'tweedehandskeuring' controleert de algemene staat van het voertuig waardoor de nieuwe eigenaar een beter beeld krijgt van het voertuig dat hij wenst te kopen of in te schrijven. De keuring kost 13,5 euro. Bij de keuring wordt een tweedehandsrapport opgesteld dat 2 maanden geldig is.
De wet geldt niet voor de wettelijke echtgenoot, de wettelijk samenwonende en de kinderen van de vorige eigenaar. Wanneer deze de oude kentekenplaat op hun naam overbrengen, is geen keuring nodig. Is dit niet het geval, dan wordt enkel een administratieve keuring voor de inschrijving uitgevoerd.
Om te weten welke punten tijdens deze bijkomende keuring gecontroleerd worden, klik hier.
Rijbewijs G voor het besturen van land- en bosbouwvoertuigen
Op de openbare weg mag je enkel een motorvoertuig besturen indien je over een in België geldig rijbewijs beschikt van de categorie waartoe het voertuig behoort. Tot 15 september 2006 bestond echter een vrijstelling voor voertuigen van de categorie G. Deze categorie omvat land- en bosbouwtrekkers, hun aanhangwagens en voertuigen ingeschreven als landbouwmaterieel, landbouwmotor of maaimachine. Vanaf 15 september 2006 wordt deze vrijstelling echter grotendeels opgeheven en dienen de bestuurders van deze voertuigen een rijbewijs G te kunnen voorleggen wanneer zij zich op de openbare weg begeven.
Meer informatie omtrent deze nieuwe maatregel en de vrijstellingen, lees je hier.
Technische controles langs de weg
Sinds 8 september voeren personeelsleden van het operationeel kader van de federale en lokale politie en controlebeambten, belast met een mandaat van de gerechtelijke politie en behorende tot de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer technische controles uit bij bedrijfsvoertuigen die in België of in het buitenland zijn ingeschreven.
Volgende voertuigen kunnen aan een dergelijke controle onderworpen worden:
- motorvoertuigen voor het vervoer van passagiers met meer dan 8 zitplaatsen (bestuurder niet meegerekend)<//font>
- motorvoertuigen voor het vervoer van goederen met een maximale toegelaten massa van meer dan 3,5 ton<//font>
- aanhangwagens, ook opleggers, met een maximale toegelaten massa van meer dan 3,5 ton.
Klik voor meer informatie over deze controles.
Vervoer van kinderen en beveiligingssystemen
![]() |
Sedert 1 september 2006 is de regelgeving inzake het vervoer van kinderen en het gebruik van de gordel gewijzigd.
Kinderen (jonger dan 18 jaar) die kleiner zijn dan 1,35m moeten in de wagen vastgeklikt zitten in een kinderbeveiligingssysteem. Kinderen van tenminste 1,35m maar kleiner dan 1,50m moeten eveneens in een beveiligingssysteem vastgeklikt zitten of moeten de veiligheidsgordel omdoen. Vanaf 1,50m zijn kinderen verplicht de veiligheidsgordel te dragen.
Kinderen van alle leeftijden mogen voorin meereizen als ze op reglementaire wijze zijn vastgeklikt. Let wel dat bij een beveiligingssysteem tegen de rijrichting in, een eventuele frontale airbag voor deze zitplaats uitgeschakeld is.
Het aantal kinderen dat mag vervoerd worden, is gelijk aan het aantal zitplaatsen in het voertuig.
Het reglement voorziet een aantal modaliteiten en ook uitzonderingen. Een volledig overzicht van deze regelgeving vindt u hier.
Nieuwe modaliteiten voor het behalen van het rijbewijs categorie B
![]() |
Sinds 1 september 2006 is de regelgeving voor het behalen van het rijbewijs categorie B grondig gewijzigd.
De leervergunning wordt afgeschaft en een voorlopig rijbewijs met beperkte duur wordt ingevoerd. Het voorlopig rijbewijs is 36 of 18 maanden geldig naargelang de soort opleiding die men kiest, met of zonder voorafgaandelijk praktisch onderricht in een erkende rijschool.
Kiest men voor de opleiding met begeleider, dan kan men reeds vanaf de leeftijd van 17 jaar de opleiding starten.
Alle details omtrent de gewijzigde opleiding rijbewijs categorie B zijn te vinden op deze webpagina.
Verlichting van de fietser moet niet meer permanent op de fiets
![]() |
De verplichting dat een normale fiets moet uitgerust zijn met verlichting is opgeheven.
Dit betekent natuurlijk niet dat de fietser niet zichtbaar moet zijn. Elke fietser moet vooraan een wit of geel licht dragen, achteraan een rood licht, tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en bij omstandigheden waarbij de zichtbaarheid onder de 200 meter daalt.
Die lichten moeten niet op de fiets bevestigd zijn, mogen bvb. ook op de kleding of bagage aangebracht worden, als ze maar goed zichtbaar zijn. De verlichting moet in goede werking zijn. En voortaan mag de verlichting ook knipperen.
Vervoer van personen in een aanhangwagentje
![]() |
Ook de reglementering inzake de aanhangwagen getrokken door een fietser is gewijzigd.
Het vervoer van personen in een aanhangwagentje is enkel toegelaten wanneer het wagentje aan een fiets gekoppeld werd. Personen vervoeren in een aanhangwagentje dat door een brom- of motorfiets getrokken wordt, is dus verboden.
De leeftijdgrens van de passagiers is opgeheven. Ze mogen maximum met twee zijn. De totaal voortgetrokken massa (gewicht, wagen en passagiers) mag niet meer dan 80 kg bedragen, tenzij het wagentje uitgerust is met een remsysteem dat in werking treedt wanneer de fietser remt.
Het aanhangwagentje moet tenslotte uitgerust zijn met een beveiligde zitplaatsen met afdoende bescherming voor handen, voeten en rug.
2/3-regel voor vervoer van kinderen afgeschaft
Vanaf 1 september 2005 wordt het aantal kinderen dat mag vervoerd worden beperkt door het aantal voorziene zitplaatsen.
Vroeger werd voor kinderen onder de 12 jaar maar 2/3 van een zitplaats gerekend zodat op een driezitsachterbank van bvb. een personenauto 5 kinderen (-12 j) mochten plaatsnemen.
Wellicht is deze wetswijziging ingegeven door de overweging dat enkel een volwaardige zitplaats de mogelijkheid biedt om aan de gordelplicht te voldoen.












